cultuur is onze natuur

Een totale beschikbaarheid van historische en actuele beelden van de natuur betekent dat, bij ontstentenis van een beeld van de natuur, verschillende naturen met elkaar strijden om onze aandacht
(foto door John McColgan/BLM Alaska Fire Service)


cultuur is onze natuur is een bijlage bij moerstaal 2. Oorspronkelijk geschreven in opdracht van gemeente De Ronde Venen, als bijdrage aan de discussie over het kunstproject de 'Partituur voor De Ronde Venen', verschijnt de tekst in druk in Metropolis M nummer 6, december 2000

jouke kleerebezem



inleiding: de grand canyon
In de beoordeling van projektvoorstellen van beeldend kunstenaars aan het Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst in Amsterdam (waar ik eind jaren 1980 enige seizoenen als commissielid zitting had) werd een opmerking van collega Karin Daan een gevierde reactie op plannen waarin de kunstenaar zich een 'articulatie' van de natuur tot doel stelde: "(...alweer iemand die) iets aan de Grand Canyon meent toe te moeten voegen..." verzuchtte ze eens. 'Grand Canyon' werd ons codewoord voor de grenzeloze naïviteit en een armzalige ideevorming over de natuur en de wijze waarop deze in kunst zou kunnen worden vormgegeven.


natuuridolatrie
Natuur roept, zo schijnt het, de laatste religieuze inspiratie op in een geseculariseerde cultuur. Niet alleen kunstenaars maken zich schuldig aan idolatrie. Groen en natuur, het milieu, tuin en park, rust en ruimte, kleine en grote ecologieën, de vrije natuur en de vrije tijd—al deze begrippen werden in de laatste decennia tot een enorme industrie, waaraan op alle niveaus van (overheids-)beleid, alternatieve belangenbehartiging en commercie wordt bijgedragen. De schaarse groene en lege ruimte dreigt hiermee vooral met nieuwe ideologieën gevuld te worden. Het groene denken overwoekert vele andere maatschappelijke debatten en bereikt in een niet aflatende stroom consumptieartikelen (van schoonmaakmiddel tot reisarrangement), de huishoudens van de hedendaagse burger. We leven in een groene cultuur—niet in (met) de natuur.

Tussen de verschillende natuurontwikkelingsbelangen ontstaat een ware 'naturenstrijd'. In deze discussie is al lang geen sprake meer van één, laat staan van de natuur: er zijn net zoveel 'naturen' als er belangen zijn. Deze naturen zijn vaak nog concurerend ook: geen groter verschil van mening dan over een natuur, die traditioneel geacht wordt haar eigen wetten te stellen, en te gehoorzamen... wat zou men daarover van mening verschillen? Vraag het de natuurbeschermings- en -ontwikkelingsorganisaties, projektontwikkelaars, consumentenbelangenverenigingen, politieke partijen, bungelowparkexploitanten en willekeurige professionele en ongebonden belanghebbenden—van ecologen tot zondagsschilders en plankzeilers. Ieder claimt (het recht op) zijn eigen natuur.


naturenstrijd
Aan het einde van de 20e eeuw valt het einde van 'de' natuur (Bill McKibben, 'The End of Nature', 1990: "What will it mean to come across a rabbit in the woods after genetically engineered 'rabbits' are widespread? Why would we have any more reverence, or even affection, for such a rabbit than we would for a Coke bottle?") samen met een aggresief wervende opkomst van 'de naturen'. Anders gezegd: de naturen hebben het langzame proces waarin de natuur werd ontzield, voltooid. Het verlies van een 'groot verhaal', waarin de mens de kroon op de schepping was, wordt gecompenseerd in talloze kleine goed vormgegeven annecdotes, waarin de mens als bevoorrecht gebruiker de natuur zo aantrekkelijk en individueel mogelijk krijgt aangeboden. Natuurbehoud betekent vooral het behoud van een menselijke natuur, die zichzelf misschien niet meer als opperste schepping, maar toch tenminste als eerstgerechtigde power user van natuur en milieu beschouwt.

Eeuwen van steeds intensievere cultivatie en exploitatie, waarin de natuur aanvankelijk vooral in nutritieve behoeften voorzag en de mens van jager/plukker, via verbouwer/veehouder tot fabrikant/handelaar werd, resulteren in ons mediatijdperk in de intensieve produktie en exploitatie van natuurbeelden, met vooral recreatieve en educatieve doeleinden. Zoals alles zich aan het (gereproduceerde) beeld spiegelt en vermenigvuldigt (Walter Benjamin, 'Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid', 1936: "De echtheid van iets is de som van alles wat vanaf haar oorsprong in de traditie overdraagbaar is, vanaf zijn materiële duurzaamheid tot aan zijn historische getuigkracht. Daar het laatste op het eerste gebaseerd is, raakt in de reproductie, waarin de duurzaamheid zich aan de mens onttrokken heeft, ook het laatste, de historische getuigkracht van de zaak, aan het wankelen"), zo komt het ook voor dat de actuele beeldindustrie een veelvoud aan (beelden van) naturen produceert, in plaats van 'het beeld van de natuur' in stand te proberen te houden. Een toonaangevende rol van de beeldende kunst, voor de beeldvorming van de natuur, is daarbij lang verleden en werd overgenomen door de populaire media en reclame. In de grote archiverende inventarisatie, die aan de vooravond van het informatietijdperk plaatsvindt, worden alle beelden uit verleden en heden in nieuwe verzamelingen en bestanden ondergebracht, om ze uiteindelijk zo toegankelijk mogelijk te maken. Toegankelijke naturen zijn de sleutel tot natuurontwikkeling en -consumptie voor de periode die voor ons ligt. Ook de naturenstrijd is een strijd om (het behoud van) de gunsten van de consument.


jouw of mijn natuur?
Een totale beschikbaarheid van historische en actuele beelden van de natuur betekent, dat bij ontstentenis van een beeld van de natuur, verschillende naturen met elkaar moeten strijden om onze aandacht. Hoewel de natuur geen andere betekenis voor ons heeft dan enig ander consumptieartikel, moeten we toch constateren dat haar gebruik dramatisch verschilt van individuele producten en diensten. Natuur is een gedeelde voorziening. Onze deelname aan de natuur geeft haar mede vorm, zoals elke openbare ruimte door haar gebruikers mede wordt vormgegeven. De inzet van de naturenstrijd wordt daarmee de mate waarin we de natuur met ons ingrijpen willen beïnvloeden, of vormgeven; welke vormen van menselijke aanwezigheid en gebruik we er toe zullen staan; welk historisch beeld we tot model zullen nemen, mogelijk naar welke historische ecologische staat we zouden willen toewerken; in welke mate we vooruit willen lopen op een 'eindbeeld', of dat we dit beeld vooral 'natuurlijk' willen laten ontstaan, al dan niet met daarin de mens als sturende/storende faktor.

Op basis van de beeldvorming van alternatieven worden onze keuzes gemaakt. Ook de natuur werd onderdeel van de beeldcultuur: een cultuur waarin een beeldenstroom de belangrijkste catalysator van ervaringen en de drager van onze communicatie is geworden, en de snelheid van de ontwikkelingen opvoert.


de naturenmarkt
Bovenstaande opmerkingen, vragen naar de beeldvorming van de naturen, worden tegenwoordig gesteld onder druk van een hoge attractiedwang. Behalve gekozen en ontwikkeld, moeten de naturen ook verkocht worden aan een steeds verwender en mobieler publiek, dat de eigen achtertuin en het plantsoen om de hoek en de thematische woonwijk en het stadspark vergelijkt met de exotische gebieden waarnaar het op vakantie gaat èn met het aanbod van de nieuwe media, telecommunicatie en het Internet. In de weinige vrije tijd die de hedendaagse consument rest, verlangt deze een maximaal rendement van het vele geld dat hij of zij aan lering en vermaak besteedt. Het beste rendement komt uit die attracties die de meeste informatie toevoegen, aan dat specifieke (recreatieve, educatieve) 'natuurproduct', waarnaar de interesse van de consument uitgaat. De consument eist meer en meer een op zijn individuele behoeften toegesneden natuur.

Zal de natuur alle naturen die een naturenmarkt vraagt, kunnen leveren? Hoe groot is de (ook ideologische!) draagkracht van het milieu? Groeit de verzameling naturen met de som harer delen? Zal natuurlijke diversiteit in de toekomst vooral een 'diversiteit aan (voor-)beeldnaturen' zijn? Wordt alle natuur gebruiksnatuur? En hoeveel verschillende gebruiksnaturen kan een vierkante meter milieu nu precies herbergen? Gaan we ruimte stapelen, zoals in het Nederlandse paviljoen op Expo 2000 in Hannover? Of gaan we gebruik spreiden, in de tijd, zoals bezoekersmenigten in grote tentoonstellingen een bepaald 'tijdsvenster' in de openingsuren krijgen toegewezen? Kunnen we de nieuwe naturen misschien verkopen aan hen die ze onderhouden, omdat dit niet meer tot de taken van de overheid kan worden gerekend? Ontstaat er zo bedrijfsnatuur, naast (en natuurlijk als ondersteuning van) bedrijfscultuur? Is niet Centerparcs al een sprekend voorbeeld van bedrijfsnatuur?

Aan dergelijke vragen dienen we een naturenmarkt te toetsen. Er bestaat tegenwoordig een grote bereidwilligheid om experimenten met de natuurlijke en gebouwde omgeving uit te voeren. Op zoek naar de gunsten van de burger willen overheid en bedrijfsleven zich profileren in elke markt: zo ook in de naturenmarkt. Van kapitaalkrachtige consumentenzijde bestaat er een aanzienlijke interesse in onderhoudende natuur en informatieve ruimtelijke vormgevingsoplossingen, in de vorm van themagebieden, tentoonstellingsnatuur, natuur/wonen integratie, en diverse vormen van design-exotisme.


beeldvorming: natuurvorming?
Cultuur is onze natuur. De mens heeft de natuur op hierboven geschetste wijzen in cultuur gebracht (anders gesteld: in zijn eigen natuur geïmporteerd), en nu hij in kwantitatieve zin in mindere mate van natuurlijke hulpbronnen afhankelijk werd (dankzij de optimalisering van de voedselindustrie—tot en met de recente ontwikkelingen van de genetische manipulatie), kan hij zich permiteren zich aan haar beeld te laven. Hij heeft ook behoefte aan informatieve ontspanning/inspanning: de oude maatschappelijke instituten spreken niet langer tot de verbeelding, en de media zijn het enige alternatief, dat in kritische zin misschien als nieuw 'instituut' op te vatten is. Omdat de media de natuur een interessant object vinden, treedt als vanzelf de diversificatie van beelden op waar hier over wordt gesproken.

Zou er op basis van consumptieve natuurbeelden een (nieuwe) 'hele', een genereuse natuur kunnen ontstaan? Met andere woorden: zijn de naturen goed voor de natuur? Of geldt voor deze markt hetzelfde als voor de meeste andere markten: dat zij zich tevreden stelt met een tweederangs of derderangs product (omdat het beter verkoopt dan een kwalitatief tè uitzonderlijk artikel)? Kan beeldvorming zich ook werkelijk natuurvorming ten doel stellen, in plaats bij te dragen aan natuuridolatrie?

Als kunstenaar heb ik geleerd de kracht van een beeld nooit te onderschatten. Aan de andere kant leert het kunstenaarschap ook grondig te twijfelen aan elke pretentie van maakbaarheid, zelfs aan de dwingende mogelijkheden van een creatieve wil. Het beeld dat wordt voorgesteld, het idee 'voor' een beeld, laat zich vaak niet, of niet anders dan langs omwegen en afleidingen realiseren. Aan de andere kant kan ieder beeld in zijn presentatie en distributie een enorm effect resulteren en mensen samenbrengen rond een thema en zelfs tot een zaak bekeren.

Wie zich natuurvorming (of -behoud, of -exploitatie) ten doel stelt moet zich allereerst een (kritisch) beeld vormen van hetgeen hij beoogt te bereiken. Daarbij moeten alle afwegingen van productie, presentatie, reproductie, beheer en gebruik worden gemaakt. Natuur stelt immers niet meer haar eigen wetten, en krijgt de ruimte en vooral de tijd niet meer om zich aan de menselijke natuur te onttrekken. Aangezien het beeld de natuur vooruit gaat, en zelfs in sommige gevallen haar (gedeeltelijk) vervangt, èn omdat de media interactief zijn geworden, is de beeldvorming een zaak van alle partijen in de markt: natuurbeelden worden niet opgelegd, maar ontstaan in overleg, of volgen uit processen waarin beeldenmakers, natuurmakers en beeldengebruikers en natuurgebruikers van elkaar afhankelijk zijn.


conclusie
We leven niet meer met 'de' natuur, maar in een 'groene cultuur', samengesteld uit een veelheid aan naturen, die naar historische en actuele natuurbeelden wordt vormgegeven. Deze diversiteit aan naturen wordt ons niet als 'landschappen' aangeboden, maar als volwaardige systemen, die een grote betekenis voor ons zouden moeten hebben, als 'de' natuur, en ook daadwerkelijk tot de verbeelding spreken: de naturenmarkt kent een dynamische vraag en aanbod en beroept zich op de betekenis van de natuur voor de mens, als haar belangrijkste verkoopargument.

Wie zich niet van beelden bedient om zijn product voor de naturenmarkt vorm te geven en aan te bieden, minimaliseert zijn marktaandeel, en diskwalificeert zich als cultuurdrager. Cultuur is onze natuur, en voor de ontwikkeling en het behoud van de natuur (als de verzameling naturen en natuurbeelden) is een culturele strategie een eerste voorwaarde. Het natuurbeeld van een te ontwikkelen gebied ontstaat dankzij een open proces van verkenning, inspiratie en experiment; het onderzoekt vele vormen en doorloopt vele media, om uiteindelijk mogelijk als een coherente 'attractie' aangeboden te worden.

De 'grand canyon' ligt tegenwoordig binnen ieders handbereik—hij is democratisch geworden. Dit houdt in dat zijn betekenis als natuur, uiteindelijk die van willekeurig welk ander gebied niet overstijgt. Als beeld echter, valt er nog steeds weinig aan toe te voegen.








correspondentie: moerstaal@nqpaofu.com































moerstaal, 2000