Met het pocketboek wordt het medium transportabel en verplaatst het zich snel naar een populaire markt. Die marktbeweging wordt mede gestimuleerd door groeiende mobiliteit dankzij nieuwe transportmiddelen. De eerste treinreiziger leest in de trein. Vroege series pocketboeken heten The Railway Library, Travellers Library, of de Run and Read Library...

Bewerkte tekst van Ubibook en Ubibook Mark-Up, lezingen gehouden in het kader van
de onderzoeksprogramma’s Tomorrow Book en Ubiscribe aan de Jan van Eyck Academie, Maastricht NL, gepubliceerd in Metropolis M, november 2005

zie ook: Tomorrow Book links in del.icio.us

laatste bewerking: 25 oktober 2005


Jouke Kleerebezem



Ubi Lector, Ibi Liber


The tragic beauty of Victor Hugo’s Waterloo is that the readers feel that things happen independently of their wishes.
— Umberto Eco [1]




Wie heeft al een boek?


Ubi Lector, Ibi Liber, ‘waar de lezer is, daar is het boek’, is de bewerking van twee lezingen, respectievelijk getiteld Ubibook (2004) en het vervolg Ubibook Mark-Up (2005). [2] De titels spelen met ubicomp, of ubiquitous computing: alomaanwezige computerisering. Beide lezingen overdenken het boek ten tijde van algemene informatisering, waarin digitale communicatienetwerken de maximale verspreiding en toegankelijkheid van ‘tekst’ bevorderen. Wat betekent de ontketening van gemediatiseerde informatie-uitwisseling voor het boek van morgen?




Sinds meer dan 5oo jaar bekroont een tot een handzaam formaat versneden en in een omslag gebonden, in veelvoud met regelmatige inktpatronen bedrukte stapel papier al onze praktische en ideologische kennis. Het industrieel geproduceerde boek is de democratische belichaming van wat de mensheid weet, fantaseert en beweegt. Ongeacht de diversiteit van de in het boek neergelegde, soms gewelddadig tegenstrijdige denkbeelden bedient het doorbladerbare object iedere leer, iedere school, iedere kerk, ieder recht in gelijke mate. Ongeacht de technische kwaliteit van de over de vellen papier uitgerolde inkt, ongeacht de detaillering van de weergegeven tekst en beeld, ongeacht de gebruiksstaat waarin het drukwerk verkeert wordt het waar ook ter wereld ter hand genomen om kennis te verbreden, inzicht te verdiepen, zich aan zijn inhoud te verlustigen. Van de wieg tot het graf wordt ons voorgehouden bij het boek te zweren.

Tot een jaar of tien geleden onverwacht het einde van het tijdperk van het boek werd verkondigd. [3]

Ongeloof en verontwaardiging strijden nog vandaag om voorrang in kringen waar naar de drukletter wordt geleefd. De unieke kwaliteiten van het boek worden maar weer eens herhaald. Welk ander medium laat zich zowel in de brandende zon als bij kaarslicht genieten, in bad of aan het strand doorbladeren, eenvoudig in de zak steken en zonder enig hulpmiddel of externe energiebron gebruiken? Welk ander medium laat zich zo praktisch en decoratief in een kast verzamelen of op een tafel stapelen, om bij de eerste behoefte ter hand genomen te kunnen worden? Welk ander medium kan bogen op zo’n rijke culturele traditie? Deze en andere onweerlegbare argumenten gaan voorbij aan het feit dat het ‘einde van het tijdperk van het boek’ niet het einde van die stapel in een omslag vergaarde en gehechte bedrukte vellen papier betekent, maar een einde aan de exclusieve positie van het boek als belichaming van overdachte en verbeelde inhoud: onze kennis, overtuigingen, regels en passies. Het boek kan het ontstaan en de verspreiding daarvan al wat langer dan een decennium niet bijbenen — sinds men er in slaagde om twee computers met elkaar te laten communiceren, om precies te zijn in 1969.

‘Ubiquitous computing’ stelt zich ten doel de netwerkcomputer in onze dagelijkse omgeving te herbergen — ‘in the woodwork’ zoals dat bij Xerox PARC in de jaren 1980 heette. [4] In een geanimeerde ideologische oppositie tegen het inrichten van virtuele werkelijkheden, waarbij de dagelijkse omgeving naar de hard disk zou verhuizen, wordt een alternatief voorbij de — destijds nog any color you like as long as it is beige — doos voorgesteld. Pas als de hardware net zo alomaanwezig en in ons dagdagelijkse denken en handelen opgenomen zou zijn als het boek, zou het ideaal van het informatietijdperk binnen bereik komen: alle informatie overal en te allen tijde toegankelijk aan iedereen. Over computernetwerken wordt rond 1960 getheoretiseerd. De eerste computerverbindingen dateren uit 1969. De explosieve mediale groei wordt in gang gezet met de commerciële toegankelijkheid van het Internet in 1990 en de uitvinding van het World Wide Web in datzelfde jaar. [5] Vanaf het moment dat tekst en beeld op het scherm van een netwerkcomputer kan worden weergegeven en aan andere tekst en beeld kan worden ‘gelinkt’ slaat ons lezen en schrijven nieuwe wegen in, als gevolg waarvan kennis zich niet meer in het boek ophoopt, maar daar waar en wanneer het netwerk toegankelijk is. Het netwerk houdt niet op bij de boekenkast. De koelkast die aan het Internet ‘hangt’ wordt in 1998 aangekondigd.

Het boek is, evenals de koelkast, niet alleen wat, maar ook waar en wanneer zijn inhoud is. Sommige vormen van narrativiteit in woord en beeld vonden hun weg uit het boek naar andere oude media: naar radio en film, naar televisie, maar ook naar tijdschriften en andere gedrukte media. Het industrieel vervaardigde en verspreide boek bestendigt echter nog steeds op een bijzondere manier geschreven tekst, en getekende, geschilderde, gefotografeerde en niet te vergeten getypografeerde beelden. Dankzij religieuze instituten, universiteiten en scholen, bibliotheken, boekhandels en een literaire pers betrok het boek in de loop der tijd zijn positie in en als het centrum van onze kennisverwerving, waarin het zich nu zowel inhoudelijk als in zijn objectmatigheid moet meten met nieuwe media. Het nieuwe boek komt met nieuwe inhoud. Onze denkbeelden verlangen overal en nergens geschreven, gelezen en gedeeld te worden. De ongebreidelde dynamiek van onze expressie zoekt tijdige, mogelijk tijdelijke, vorm. De vraag waar en wanneer het boek daarin van dienst kan zijn is bij uitstek inhoudelijk.





Waar is het boek?


De geschiedenis van het industriële boek is de gecombineerde geschiedenis van het geschrevene, laten we zeggen de ‘tekst’, en van het materiaal waarin deze wordt vastgelegd: inkt, drukvorm, papier en binding, van de ‘boekvorm’ in het algemeen. Daarnaast is het een geschiedenis van verspreiding, werving en gebruik. Het post-incunabele, in groeiende oplagen in druk gereproduceerde boek bestaat alleen in en voor zijn verspreiding en naar rato van zijn beschikbaarheid. Vorm en voorkomen bepalen mede ontvangst en interpretatie van de tekst. De uiterste consequentie daarvan werd natuurlijk door Marshall McLuhan getrokken, in het beginsel ‘the medium is the message’. Een halve eeuw later kennen we geletterdheid aan de geïnformeerde beschouwing van tekst en medium in elkaars gecompliceerde, noodlottige aanwezigheid, in een geïndustrialiseerde communicatiemarkt. Waar en wanneer de tekst is, daar is het medium. Waar en wanneer het medium is, staat het de leergierige of sensatiebeluste consument ter beschikking.

Het boek heeft momenten in zijn geschiedenis gekend waarin men lange reizen moest ondernemen en drempels slechten om een enkel handgekopieerd exemplaar in te mogen zien. Het in oplagen gedrukte boek is het resultaat van de ontwikkeling van verschillende technologieën en producten: papier, inkt op oliebasis, de drukvorm. Aan het einde van de 15e eeuw groeit het aantal drukkerijen razendsnel. Rond 1501 moet Europa ongeveer 1000 drukkerijen geteld hebben, die 35.000 titels hebben geproduceerd met een totale oplage van 20.000.000 exemplaren. [6] Met het pocketboek wordt het medium transportabel en verplaatst het zich snel naar een populaire markt. Die marktbeweging wordt mede gestimuleerd door groeiende mobiliteit dankzij nieuwe transportmiddelen. De eerste treinreiziger leest. Vroege series pocketboeken heten The Railway Library, Travellers Library, of de Run and Read Library... In 1848 openen W.H. Smith and Sons het eerste stationsboekenstalletje in London, op Euston Station. Het boek wordt naar de alledag gebracht, voor een alledaags publiek dat van lezen een alledaagse bezigheid maakt. [7]

Om vervolgens de vraag naar de plaats van het eigentijdse boek te preciseren is het instructief om te zien waar andere oudere culturele producten zijn gebleven en na te gaan waarom ze niet in hun bioscopen, radio- en televisietoestellen of bibliotheken zijn gebleven, maar daar gingen waar we ze de laatste jaren aantreffen. Laten we met wat lichte kost beginnen. De meeste oude spellen vind je terug in de computer, die al dan niet aan het Internet of aan het mobiele telefoonnetwerk hangt. Schaken en patience spelen we op de computer. Grote gezelschapsspellen zijn naar het Internet gemigreerd, waar ze als massive multi-player online game bekend staan. Van de Sims tot en met The Endless Forest wordt de inhoud van nieuwe spellen mede door de spelers zelf gebouwd. [8] Radio migreerde naar Apple's iPod en andere MP3 spelers. Podcasting heet deze vorm van audiodistributie. Je kon erop wachten dat video zou volgen en inderdaad biedt de laatste generatie iPods en Quicktime software die mogelijkheid. Televisie migreert naar de mobiele telefoon, die als publikatiemedium met de komst van SMS en de ingebouwde camera al een hele nieuwe woord- en beeldproductie en vooral distributie op gang bracht. Video is op het Internet al jaren in ruime mate beschikbaar, onder andere in de experimentele vorm van video weblogs, ook wel vlogs genoemd. Het klassieke weblog ontwikkelde zich sinds 1998 tot een enorm volume van regelmatig aangevulde tekst- en beeldpublicatie. Ik schreef er eerder over voor Metropolis M. [9] De encyclopedie van morgen is natuurlijk de open source Wikipedia. Waarmee we weer wat dichter bij het boek belanden, dat om te kunnen gelezen eerst gevonden dient te worden. Goed ge‘nformeerde bibliothecarissen vind je onder andere bij Internet social bookmark initiatieven als del.icio.us, terwijl Google met het digitalisatie-project Google Print de grootste en toegankelijkste bibliotheek van de wereld bouwt en Google Earth met gemak de nieuwe real time wereldatlas is, die overigens ook door de gebruikersgemeenschap omvangrijk wordt geannoteerd.

Nieuwe technologieën voeren oude media ook buiten de openingsuren van de oude instituten naar nieuwe plekken. Uit de dynamiek waarin sommige culturele producties en meer in het bijzonder publicaties zich de laatste jaren bevinden zijn voor het boek een paar actuele voorwaarden af te leiden. De boekenmaker moet zich deze bewust zijn om er de keuze voor en de productie van zijn boek mee te informeren. Oudere en nieuwere media richten zich op oudere en nieuwere lezers, die gemeen hebben dat ze in de intrigerende en zich voortdurend wijzigende verhouding tussen het ‘medium’ en de ‘message’ zijn geïnteresseerd. Deze daarom ‘kritisch’ te noemen lezer gelooft niet meer in transparante media, maar verlangt ook dat vorm de inhoud niet overheerst of verlinkt, om er de plaats van in te nemen en het eigen verhaal voorop te stellen. Dezelfde lezer wil de inhoud kunnen gebruiken en met andere lezers delen. Inhoud wordt niet alleen dynamisch in zijn enorme productie en distributie, maar ook in de fragmentatie onder het lezerspubliek. Nieuwe lezers schuiven elkaar fragmenten toe, bevelen elkaar teksten aan, zenden elkaar documenten en citeren naar hartelust. Het enorme succes van peer-to-peer netwerkstructuren mag illustratief zijn voor de gretigheid waarmee mensen elkaar willen informeren. Die observatie is van wezenlijker belang voor de ontwikkeling van een informatiemaatschappij dan het sentiment om de ‘piraterij’ waarin de primaire behoefte aan informatieconsumptie en -productie zich in het Vroege Informatietijdperk aandient. Information wants to be free. Toegankelijkheid, tijdigheid of actualiteit en contextualiteit zijn van het grootste belang, al was het alleen al omdat daarin urgente auteursinteressen terug zijn te vinden. Met het belang van de hedendaagse auteur, die in tekst, beeld en mogelijk geluid zijn of haar werk in omloop brengt, verleggen we de vraag van het ‘waar’ naar het ‘wanneer’ van het boek en andere media.





Wanneer is het boek?


De titel van dit opstel plaatst het boek daar waar en wanneer de lezer is. Gelezen als opdracht aan het boek is dit juist. Het boek moet daar zijn waar de lezer is, wanneer deze het boek verlangt. Kees Fens bracht ter aanbeveling van het ongelezen boek in de boekenkast niet voor niets naar voren dat het boek er moest zijn zodra je er de behoefte aan zou voelen. Het goede boek moet blind gevonden kunnen worden. Voor de auteur ligt het een beetje gecompliceerder. Waar auteurs zijn ontstaan de boeken niet vanzelf. Zo gemakkelijk gaat dat niet. De tekst ontstaat echter niet zelden in de verwachting van het medium. De inhoud groeit naar het medium toe. De timing van inhoud, vorm en mediatisering is een onderbelicht probleem in de culturele productie. Of laat ik het zo zeggen: deze wordt meer en meer geproblematiseerd met de komst van nieuwe publicatiestructuren en -markten. Het is een hardnekkige naïviteit te menen dat de authentieke aandacht van een auteur of kunstenaar onafhankelijk van de presentatie of distributie van het werk tot een vorm geraakt. Een even grote naïviteit is het te menen dat de auteur of kunstenaar een power-user is, die als geen ander het medium en de inhoud tot in hun laatste corruptie en medeplichtigheid begrijpt en naar de hand kan zetten. De traditionele rituele dans van vorm en inhoud wordt op nieuwe podia verrast met een volledig nieuwe schrijf- en leesurgentie. Miljoenen web ‘pagina’s’ — per dag! — getuigen hiervan, net zo goed als die enorme productie van boeken, tijdschriften, flyers, kaarten... traditioneel drukwerk.

Uitgevers van traditionele publicaties leven vaak in de angst dat voor- of nevenpublicatie op het Internet de markt verkleint. De cijfers geven ze voorlopig ongelijk. Bovendien geldt voor de uitgever van morgen hetzelfde als voor de ontwerper en voor de drukker en de handelaar en zelfs de bibliothecaris van het nieuwe boek: men dient daar te gaan en de diensten aan te bieden waar en wanneer auteur en lezer elkaar opwachten. Niet de industrie en handel, maar auteur en lezer drijven de ontwikkeling van het nieuwe boek aan. Het gemak waarmee met betrekking hiertoe in de traditionele marktermen van de publicatieindustrie wordt gedacht is een val waar betrokkenen gemakkelijk inlopen. Markten bloeien bij de gratie van maximaal volume en verkeer. Nieuwe media bieden dankzij digitale dataproductie, -verwerving en -verwerking, -opslag en -verkeer de niet te evenaren voorwaarden voor de productie en verspreiding van tekst, beeld en geluid. De publicatiemarkt is een gedigitaliseerde markt. Analoog gefabriceerde en verspreide media moeten vele omwegen bewandelen, een lange mars langs de boekenstalletjes maken, ook als deze tegenwoordig Amazon.com heten. De weg naar de lezer wordt vandaag bekort door actieve mediale ondersteuning. De opdracht van alomvattende informatisering is ‘alle informatie op elk moment op willekeurig welke plek aan ieder ter beschikking te stellen’. Het is de conditio sine qua non waaronder over alomvattende informatisering moet worden gedacht. Een béétje informatiseren bestaat niet. Het beroep op het ‘waar’ en ‘wanneer’ dat in deze opdracht is neergelegd geldt tot nader order voor ieder medium en elke inhoud. Alleen met dat vertrekpunt kunnen unieke boekkwaliteiten geactualiseerd worden.

Wanneer is dus het boek van morgen? Zodra auteurs en kunstenaars, uitgevers en handelaren van het voorgaande doordrongen zijn en hun observaties en ideeën in nieuwe publicaties neerleggen ontstaan nieuwe boeken, uitgerekend waar en wanneer een nieuwe lezer er naar reikt. Er valt het nodige te experimenteren want het boek begeeft zich op nieuw terrein, zoals de radio, film en televisie die het voorgingen. Boeken zijn een langzaam product met een goed geheugen. Juist omdat de productie- en transportsnelheid van digitale data niet te evenaren is en de oprechte boekenlezer tot een soort behoort die geen haast heeft zich de betekenis van zijn ervaringen bewust te worden, moet het boek zijn traagheid optimaal inzetten. Negentig procent van het huidige consumentendrukwerk neemt die traagheid niet ter harte maar probeert de concurentie met dataspuwende netwerken aan te gaan. Ten koste van een onmetelijke ‘culturele voetafdruk’ storten hele publicatiereeksen zich zo van de persen in de markt. Deze schijnbaar vitale beweging vermag niet de vermoeidheidsziekte van de boeken- en tijdschriftenmarkt te verhullen. De energie voor het behoud van de gedrukte media moet niet worden gezocht in een massale val vooruit, achter de digitale data aan, maar eerder in een strenge matiging van de actualiteit als drijvend principe en in de kalme adressering van die inhoud, in die vorm, langs die weg, op dat moment, aan die lezer.





Voor wie lezen en schrijven


Umberto Eco onderscheidde boeken om te lezen en naslagwerken. Aan naslagwerken, boeken die informatie verschaffen die regelmatig wordt aangevuld of gewijzigd, lezen we de informatiseringseffecten het eerst af. Zo wordt de plaats van de encyclopedie, de gebruiksaanwijzing en de wegenkaart of telefoongids het eerste ingenomen door andere media. Je hoort er geen lezer tegen protesteren. De implementatie van nieuwe media is algemeen en voortvarend. ‘Boeken om te lezen’ worden nog nauwelijks aangeboden. Experimenten met e-books haalden het niet, Hugo’s Waterloo vanaf je mobieltje te lezen is onbegonnen werk. Maar eerdere voorbeelden uit andere disciplines openen het perspectief op waar en wanneer oudere publicatievormen zich met succes laten mediatiseren.

Een belangrijk aspect aan de mediale revolutie is de ontwikkeling van informatiemarkten waarin niet alleen tot consumptie maar ook tot productie en publicatie wordt aangemoedigd. De Volkskrant biedt haar publiek een weblog-plek op zijn website. Een en ander is in contrast met de oorspronkelijke droom van Internetpioniers als Mitchell Kapor of John Perry Barlow, die een wereld met wat toen ‘web for one’ of ‘personal web server’ genoemde self publishing voorzagen. Jedermann sein eigener Fußball, buiten de kanalen van de commerciële media-industrie. Maar ook deze haast zich aan te passen aan democratische vormen van minder massaal georiënteerd publiceren. Het experiment met het nieuwe boek moet worden gezocht waar de productie en consumptie van alternatieve publicaties urgent is. De dynamiek van een hedendaagse tekst- en beeldproductie wordt optimaal ondersteund en gestimuleerd in een openbare netwerkstructuur. De output van deze productie bestrijkt het hele gamma aan media. Het cultuur- en mediatijdschrift Mute, waarvan de eerste jaargang in de jaren 90 van de vorige eeuw in krantendruk verscheen, verlegt haar activiteit radicaal naar web-ondersteunde printing on demand. Lezers hebben de keuze om inhoud van de site te lezen, beschikbare ‘Portable Document Format’ (pdf) documenten zelf af te drukken of artikelenbundels samen te stellen en door Mute als boek te laten leveren. [10]

Drukwerk op aanvraag, waarbij de oplage van een gebonden boek gewoon bij 1 begint en er voor elke koper een nieuw exemplaar wordt geproduceerd, opent mogelijkheden tot het produceren van boeken als onderdeel van een hybride informatieproductie die ook van het web, CDs of DVDs gebruik maakt. [11] Lars Müller Publishers gaf, in een traditionele oplage, A Time and Place over het werk van Christian Möller uit, met aanvullende web-video’s, zonder over de verschillende houdbaarheidsperioden van de twee media na te denken. Wie het boek over 50 jaar opslaat vindt de webpagina’s naar alle waarschijnlijkheid niet terug. Een ingenieuze maar daardoor tamelijk onleesbare combinatie van boek, plattegrond en DVD: Freudenberg 1959, A masterpiece of european architecture, van architect Jacques Schader, hield geen rekening met de uiteenlopende interessen van drie verschillende publieksgroepen: boekenliefhebbers, architecten en tv-kijkers.

Het boek van morgen ligt nog niet in de handel. Auteurs, ontwerpers, uitgevers, drukkers, bibliotheken — en lezers — werken er aan. Een nieuwe publicatiehonger zoekt nieuwe kanalen. Doel blijft om de tekst onder de lezers te brengen. Dat de boekenmarkt zich op een enorme publicatieaanwas voorbereidt wordt het best geïllustreerd in de verruiming van het Internationaal Standaard Boeknummer van 10 tot 13 cijfers...





noten

[1] Umberto Eco, in diens lezing Vegetal and mineral memory: The future of books, op 1 november 2003 gehouden ter gelegenheid van de heropening van de Bibliotheca Alexandrina (http://weekly.ahram.org.eg/2003/665/bo3.htm)

[2] Ubibook en Ubibook Mark-Up: http://idie.net/ubibook en http://www.idie.net/ubibook/ubibook2.html. JvE Tomorrow Book research: http://www.charlesnypels.nl/tomorrow.html

[3] zie vooral Richard Lanham: The Electronic Word; Technology, Democracy and the Arts

[4] zie bijvoorbeeld Xerox PARC researchers Mark Weiser (1952-1999), die de term ‘ubiquitous computing’ introduceerde, of Bill Buxton, van de ‘I want my desktop back’ mantra; o.a.: http://www-sul.stanford.edu/weiser/ en http://www.billbuxton.com/

[5] bron: Hobbes’ Internet Timeline, van Robert Zakon: http://www.zakon.org/robert/internet/timeline/

[6] Manuscripts, Books, and Maps: The Printing Press and a Changing World; http://communication.ucsd.edu/bjones/Books/

[7] zie onder andere Alberto Manguel: A History of Reading

[8] voor de Sims, http://thesims.ea.com/; voor The Endless Forest, door Auriea Harvey en Michael Samyn, http://www.tale-of-tales.com/TheEndlessForest/

[9] ‘Hardop linken’;, Metropolis M, 2001

[10] Mute, http://www.metamute.com en http://www.openmute.org

[11] voor Printing On Demand zie bijvoorbeeld Lulu, http://www.lulu.com













correspondentie (schrijf bijvoorbeeld naar jk @ het domein idie.net)
meer boekenleggers (notes quotes provocations and other fair use; exquisite enclave exquise)































idie.net (innovation and design for information empowerment dot net, 1999-2005)