owner@idie.net, Jouke Kleerebezem idie.net/infoarcadia

inleiding onderstaande is een bijdrage aan het project InfoArcadia dat Maarten de Reus en Ronald van Tienhoven voor Stroom hcbk organiseerden, en dat van 25 januari tot 22 april aan het Spui te Den Haag te bezoeken is. De titel werd ontleend aan de lezing Design Equals Information/Republic of Attention, die ik in het kader van de VisionPlus 4 information design conferentie, aan de Carnegie Mellon universiteit in Pittsburgh hield, in 1998. 'InfoArcadia' beschreef ik toen enerzijds als de gedroomde utopische staat van zuivere betekenis en communicatie, anderzijds als de met veel ophef aanbevolen, met nieuwe technologieën opgetuigde, Paradijselijke Tuinen van de 'Informatievormgeving':
"...the wired community's emerging industries are propagating the networked society as egalitarian, both in its means and ends. The Internet feeds global fantasies of equal access, presence and knowledge acquisition and distribution. In order to attain InfoArcadia, these industries depend on consumer feedback from day one. Those who are building the infrastructures and developing the necessary software to navigate these, need to invest in content and to build-in customization, in order to grow their markets. Goods and services, and indeed information: all content will need a seamless carrier flow in the one-to-one catering future. When graphic communication meets telecommunication, at a scale like it does today, old communicational and design expertise will have to mark up, or disappear."
Begin 1996 stelde ik voor Stroom Silicon Rally samen, als kennismaking met het Internet/WWW. Hoewel de website inmiddels wat aan slijtage onderhevig is bevat hij nog een flink aantal werkende links, die een bezoek zeker waard zijn, voor wie in kunst, architectuur en nieuwe media geïnteresseerd is. Onlangs heb ik voorgesteld de site ingrijpend te redigeren en te actualiseren. Er wordt naar sponsors gezocht :-) (12k)
the inf0Arcadia narrative: f0rm, c0ntent and inf0rmation in Early Information Age - Topical Summary

eternal0returnArcadia

met dank aan Innovation and Design for Information Empowerment

Jouke Kleerebezem inf0Arcadia als vertelling:
inh0ud, v0rm en inf0rmatie in de Vroege Informatietijd


eerdere publikaties (E)

Design Equals Information/the Republic of Attention

Remember Home?: towards an information habit

I DIE for change: design competence mark-up


"... wat doen meubelmakers nu precies: ze nemen de vorm van bijvoorbeeld een tafel (het 'idee' van een tafel) als uitgangspunt en dringen dat aan een amorf stuk hout op. De ellende daarbij is dat ze niet alleen het hout informeren (in de vorm van een tafel dwingen), maar ook het idee 'tafel' misvormen (in het hout opsluiten). De ellende is dus dat het onmogelijk is een ideale tafel te maken." Vilém Flusser

"Het was een van de inzichten van de Victorian Revival, dat het niet noodzakelijkerwijs voor iedereen goed was om 's morgens een geheel andere krant te lezen; hoe hoger iemands maatschappelijke positie was, hoe meer zijn Times geleek op die van zijn gelijken." Neal Stephenson The Diamond Age 1995



de Vroege Informatietijd
De 'Vroege Informatietijd' waarin de wereld, maar de facto vooral de Westerse markteconomie, zich op de drempel van de 21e eeuw bevindt, wordt behalve door de komst van nieuwe communicatietechnologieën, -producten en -diensten, vooral gekenmerkt door een ongekende bloei van de oude media. Er ontstond de laatste jaren een enorme diversiteit aan drukwerk en het televisie en radio aanbod breidde zich voortdurend uit. Boeken, tijdschriften, kranten, en zendgemachtigden, steken elkaar naar de kroon in eufore speculaties over een op handen zijnde culturele long boom, een nieuwe economie, het Internet en World Wide Web, en de gouden e-commercie. Nieuwe media zijn al jaren wereldnieuws. Naar de actualiteitsnorm van de nieuwsgaring zijn ze echter niet zo jong: de nu veelgeprezen communicatietechnologieën dateren of van voor de tweede wereldoorlog (codering, digitale gegevensopslag en informatieversleuteling) of uit de koude oorlog die erop volgde. Ze werden uit militaire noodzaak ontwikkeld (het Amerikaanse ARPA, Advanced Research Projects Agency netwerk: de voorloper van het Internet), vervolgens toegepast in de universitaire wereld en bereikten pas in 1993 in de vorm van het World Wide Web de consumentenmarkt. Een jaar eerder installeerde Tim Berners-Lee de eerste grafische browser software op zijn computers, om bij het CERN in Geneve ook visuele data met collega's te kunnen delen, en gegevens die over verschillende documenten waren verdeeld met zogenaamde hyperlinks te verbinden—alles dankzij de HTML (Hyper Text Mark-up Language) codering, die de browser ontcijferde en als grafische informatie (typografie, kleur, afbeelding) presenteerde. Het Internet verbond de computers waarop de documenten resideerden. Kort daarop was de informatiemaatschappij marktrijp.

Amerikaanse en later Europese telecommunicatiebedrijven hebben zich met enthousiasme op deze markt gestort, en het Internet/WWW werd een household name in de Westerse wereld. We zien sindsdien een snelle migratie van informatievoorzieningen naar het 'net', dat zich met de komst van de mobiele telefonie toenemend draadloos vertakt. De infrastructuur is in hoog tempo uitgebreid, de consumentengoederen zijn ontworpen en op de markt gebracht, en besteldiensten en transportbedrijven hebben nieuwe kanalen naar een wereldmarkt geopend. De hardware prijzen dalen sneller dan dat nieuwe apparatuur wordt ontwikkeld—apparatuur die mede daarom steeds vaker, als onderdeel van dienstverlening, gratis wordt verstrekt, zoals in de mobiele telefonie. Die ontwikkeling zal zich voortzetten, zodat er in eerste instantie vooral voor het overbrengen van het signaal, en uiteindelijk alleen nog voor de 'informatie': de hoeveelheid en kwaliteit van de overgebrachte data, zal worden betaald. In talrijke overnames en fusies tussen telecommunicatiebedrijven, kabelmaatschappijen, pers, uitgeverijen, media en entertainment, probeert een nieuwe communicatie- en informatieindustrie greep op de markt te krijgen, om zich in de volgende eeuw tot de content providers te kunnen rekenen.

Het verhaal van Infoarcadië wordt in de media gespeld en door een groot deel van de Westerse markt intens beleefd. Op de drempel van een nieuwe eeuw, een nieuw millenium en met nieuwe media in de hand zou een nieuw tijdperk aanbreken, een ware rennaissance: de Informatietijd. De eerste voortekenen van deze rennaissance werden zichtbaar in de oude media, die de wassende informatiestroom al lang niet meer kunnen verwerken.

Informatie, media
De golf gedrukte publicaties die de wereld nu overspoelt is de weinig efficiënte belichaming van 'nieuwe' informatie in een 'oud' jasje. Tegen deze hoeveelheid gegevens zijn de oude media niet opgewassen. De tijdschriftenschappen bij de boekhandel kunnen niet snel genoeg worden uitgebreid. Er is een enorme specialisatie gaande in de periodieken. Alleen al de uitgaven over de nieuwe media, die al dit papier en inkt strikt genomen overbodig zouden moeten maken, nemen vele meters schapruimte in beslag. Het is nog niet zo lang geleden dat de gemiddelde consument aan één krant en een of twee tijdschriftabonnementen per huishouden genoeg had. De krant verdeelde zijn informatie naar de gangbare interessen over de pagina's: voorpaginanieuws, binnen- en buitenlands nieuws, economie, wetenschap, kunst, sport, advertenties, en één pagina 'informatie', radio en televisie, een puzzel, een strip. Er waren vooral damesbladen en voor de heren iets over sport of techniek, of al dan niet ondeugende humor. Hoe belegen en beperkt dit nu mag lijken, het was het typische informatieaanbod van slechts 50 jaar geleden. Met de internationale opkomst van de jeugd- en protestcultuur begon de informatiemarkt in de jaren zestig snel te groeien en zich naar marktsegmenten te differentiëren. Informatie werd een consumptieartikel.

Een informatiemarkt is per definitie onverzadigbaar, want informeert over informatie over informatie—in een eindeloze spiraalbeweging, in perspectieven als van een Escher tekening. De consument raakte net zo snel gewend aan deze betoverende illusie als aan de onmiddelijke verkrijgbaarheid van nieuws en informatie op elk gebied. De journalistieke ethiek en het centraalperspectief van de oude media (die nog een zekere terughoudendheid betekenden in de nieuwsvoorziening—de 'krant is een mijnheer'), werden opgelost in een enorme hoeveelheid, vaak commerciële, opiniëring èn mythevormende populaire verhalen, waarin de grens tussen feit en fictie vervaagt, zoals in de tabloids, of in zogenaamde reality tv. Aan inhoud is geen gebrek. Veel producties overlappen elkaar, maar winnen dankzij een eigen toonzetting, detaillering, formule, of met een mogelijke scoop, toch een eigen publiek. Dankzij gerichte marketing differentieerde bovendien wat eens 'het' publiek was, tot een grote hoeveelheid 'doelgroepen'. De markt creëerde zelf, in wisselwerking met de produktie van consumptiegoederen, de identiteiten van de bijpassende consument. De angst voor informatie overkill blijkt al jaren op een conservatieve waardering van onze informatielust te zijn gebaseerd. Belangrijk is bovendien, dat deze lust niet beperkt blijft tot onze capaciteit om informatie tot ons te nemen, maar een evengrote bevrediging vindt in het produceren van informatie. Ons opnamevermogen zal recht evenredig blijken met onze behoefte om informatie te produceren: mochten we in dit laatste gefrustreerd worden, dan zal onze consumptie onmiddelijk afnemen. Oude media voorzien nauwelijks in de behoefte om de media van repliek te dienen, om zelf informatie te produceren en te verspreiden: ze staan weinig talking back to the media toe. Interactieve televisie laat al te lang op zich wachten om nog geloofwaardig te zijn. In de oude media blijft de invloed van de consument indirekt, in de vorm van ingezonden brieven, het bellen van speciale telefoonnummers, en als 'live' publiekscommentaar in praatprogramma's. Interactiviteit is een wezenlijk ander concept. Telecommunicatietechnologieën, netwerktechnologieën, de som van 'tele-fonie' en 'tele-visie': het Internet en World Wide Web vervullen de voorwaarden van real time many-to-many communicatie. Hierin kan een mondiale informatieproductie worden gekanaliseerd en gedistribueerd. Het Internet werd de dragende structuur voor nieuwe media die inhoud en vorm van het informatietijdperk niet alleen zullen faciliteren, maar in belangrijke mate mede bepalen.

Oude informatie, nieuwe media?
'Oude' informatie was 'op aanvraag' verkrijgbaar. Oude informatie bevond zich achter een loket, aan het einde van een rij. Oude informatie bevond zich in kleine lettertjes. Oude informatie bevond zich achter monumentale gevels en deuren. Oude informatie was gezaghebbend en hiërarchisch, het stroomde van boven naar beneden. Oude informatie kwam in het kielzog van nieuwe apparaten, diensten, medicijnen, kunstwerken, wegen en gebouwen. Oude informatie stond veranderingen ten dienste en legitimeerde de maatschappelijke strata die deze voorstelden en lieten uitvoeren. Zulke informatie werd met zeker gezag verspreid door middel van officiële brieven en folders, soms huis-aan-huis, soms individueel, in bijsluiters, gebruiksaanwijzingen, polissen, en onder het briefhoofd van notarissen, juristen, artsen en overheden. Oude informatie legde de regels uit, en òp. Oude informatie markeerde begin en eind van veranderingen en specificeerde daarbij een duidelijk onderscheid tussen de inhoud en de vorm. De vorm volgde de functie, volgde de inhoud en onderstreepte de regels, gaf ze een gezaghebbend kader en wees alle neuzen in eenzelfde richting. De vormgeving van oude informatie, uit een enkelvoudige bron, beoogde altijd de inhoud te verhelderen, toe te lichten, inzichtelijk te maken, en vervolgens te fixeren: ambivalentie over de inhoud uit te sluiten. Vormgeving maakte oude informatie éénduidig, en eindig—einde van de verandering, tot hier en niet verder, einde aan de interpretaties, einde verhaal.

'Nieuwe' informatie ontspringt overal. Het heeft een oneindig aantal bronnen. Nieuwe informatie informeert over informatie over informatie—als in fractals vormt zich voortdurend en overal waar mensen communiceren nieuwe informatie. De levensduur van de nieuwe informatie kan variëren van enkele nanoseconden tot vele decennia, tot eeuwen. Als de informatiemarkt haar beloften inlost en de mensheid in de ban van de datacommunicatie houdt, zal de levensduur van informatie oneindig worden verlengd. De nieuwe informatie waar we het in dit verband over hebben is gebonden aan de menselijke communicatie, aan de lerende en werkende mens. De informatieuitwisseling in analoge en digitale machines, en in natuurlijke en culturele systemen kent andere geschiedenissen (die gedeeltelijk met die van de intermenselijke communicatie overlappen en deze beïnvloeden), maar blijft hier verder buiten beschouwing. Het informatietijdperk is natuurlijk de historische periode waarin elke vorm van verandering als een informatieuitwisseling wordt geanalyseerd. Voor inf0Arcadia wordt hiermee de informatieuitwisseling als 'vertelling' geïntroduceerd: een nieuw 'groot verhaal', een volgende grote ideologie, een andere grondslag voor onze wereldbeelden, aan het einde van de geschiedenis.

Het is niet eenvoudig om in een dragend, facilitair systeem voldoende openheid en flexibiliteit, dynamiek èn soliditeit (en solidariteit, betekenisvolle samenhang!) te ontwerpen, om een eindeloos aantal bronnen, zowel privé en individueel als in grotere openbare verbanden, te kunnen laten communiceren en informatie uit te laten wisselen. Niet alleen is dit technisch niet eenvoudig, maar vooral politiek en economisch niet. Om werkelijk open en dynamische interacties te ondersteunen moet de dragende structuur een grote mate van transparantie bezitten, die niet altijd in het direkte belang van de dominante politiek of commercie is. De video-8 opnames van Rodney King's afrossing door de politie zijn maar één voorbeeld van de verhoogde zichtbaarheid die de beschikbaarheid en hanteerbaarheid van informatie productiemiddelen met zich mee kan brengen. De publicatie van 'vertrouwelijke' Scientology documenten op het Internet een tweede. In inf0Arcadia zijn de informatiebronnen niet alleen allemaal productief, maar ook, althans theoretisch en dus in principe technologisch èn sociaal, gelijkwaardig. Een dergelijke gelijkwaardigheid kennen we alleen uit de oude grote verhalen, onder de naam Utopie. Het mag geen verbazing wekken dat in het kader van een nieuw groot verhaal oude sentimenten opleven, waarbij nieuwe media en technologieën utopische kwaliteiten worden toegedicht, of deze als voorwaarde worden voorgesteld. Het schaadt overigens in het geheel niet om, vanuit een actuele werkelijkheidszin, nieuwe ideologieën aan oude sentimenten te meten. Baanbrekende ideologieën werden in het verleden ook verlaten omdat de tijd er werkelijk nog niet rijp voor was, of omdat aan bepaalde voorwaarden niet kon worden voldaan. Dergelijke ideologieën (en producten, of diensten) zijn bij hun terugkeer niet dezelfde als weleer, maar zouden kunnen profiteren van een nieuw aggregaat, van nieuwe voorwaarden, een Żnieuwe markt, waarin ze actuele veranderingen kunnen ondersteunen, of initiëren. Alleen al op het gebied van de mobiliteit zien we 'overleefde' (bijvoorbeeld bestel- en be- of verzorg-) diensten terugkeren, nu het rendement van de auto-mobiliteit overwegend aan zijn logistieke grens zit, terwijl de kwaliteit en snelheid van onze informatie-mobiliteit kwadratisch toeneemt en de kosten ervan even snel verminderen.

Nieuwe media komen net op tijd voor de nieuwe informatie. Onze waardering voor hiërarchische waarden en statische systemen, voor informatie die, dankzij een vaste hand van doseren en vormgeven, van boven naar beneden druppelt, neemt al enkele decennia gestaag af. Een voortgaande democratisering en commercialisering, de groei van de communicatiemarkt, en de honger naar informatie die door de popularisering van nieuws en kennis wordt gevoed, heeft de mens al naar een nieuw beeld gevormd. Het is een beeld van zowel aanpassing als bijdragen aan voortdurende verandering, van de ontwikkeling van kennis en ervaring als 'levenslang leren', van 'communicatie' als de grondslag voor leren en werken, van zowel zelfmotivatie als zelfbestemming, van een gouden handel in 'verandering', als informatie. De kwaliteit van het leren van en werken aan verandering wordt niet zozeer gemeten aan de monumenten van kennis en informatie die het voortbrengt, maar aan de eruptieve dynamiek waarin het dragende systeem zich ontwikkelt. De kwaliteit en de schaal van de momenten en monumenten die in het systeem ontstaan zijn niet te voorspellen en doen eigenlijk niet ter zake. We zullen genoegen (moeten) nemen met de enorme energie van het informatiesysteem, met de communicatie van nieuws en kennis, met de voortdurende interactie waarin we in grotere of kleinere verbanden zijn betrokken, en met onze eigen productie van kennis en opinie, ons levenswerk, waarvoor we actief aandacht en interesse moeten zoeken. De oude commerciële media nemen ondertussen afscheid van deze onrustige dynamiek in de bekende dienende rol: als propagandamateriaal voor een nieuwe wereld. Stellig en statig ruimen ze het veld.

Informatievormgeving zonder-vorm-zonder-inhoud, of de kunst zich aan lopend vuur te warmen
Een beeld kan bedriegelijk zijn, uit hoeveel bronnen het ook bevestigd wordt. Het bedriegelijke beeld is niet voorbehouden aan een eenduidige, gezaghebbende bron, ook collectieve waan produceert zulke beelden. Geen besmettelijker waan dan het virus waarmee informatiebronnen elkaar infecteren. Het besmettelijkste virus is een oude bekende: alomgeldigheid. Het oude decreet verkondigde alomgeldigheid van een waanbeeld en legde vervolgens de regels op, gaf deze vorm, zodat aan dit beeld kon worden beantwoord. Een collectief waanbeeld, dat in de dynamische interactie van een herhaalde 'mede-gedeelde mededeling die medegedeeld wordt' ontstaat, is voor het virus 'alomgeldigheid' zo aanstekelijk als een lopend vuurtje maar kan zijn. Het beste voorbeeld is natuurlijk de computervirussen die de Internetgemeenschap met zekere regelmaat onrustig maken. Niet de vaak onschuldige of zelfs niet-bestaande virussen, maar de besmettelijke berichtgeving is hierbij het voorbeeld, met als absoluut hoogtepunt de zogenaamde millennium bug. De meeste schade die van Y2K (year 2000) te lijden valt, wordt veroorzaakt door de berichtgeving over mogelijk disfunctionerende computersystemen. Het communicatienetwerk dat de informatiemaatschappij mogelijk maakt ondersteunt de ongelimiteerde snelheid en reproductie van elke berichtgeving. Het lopende vuur waaraan de Vroege Informatietijd zich warmt heeft de alomgeldigheid van de informatieuitwisseling als dragend principe: 'alle informatie op elke plek en elk moment beschikbaar aan iedereen'. De paradox van al deze toegankelijke vluchtigheid is dat de informatie theoretisch geen gelegenheid krijgt om vorm te krijgen, laat staan inhoud: het klassieke vorm-gevings probleem van de wederzijdse vorm-inhoud afhankelijkheid ontmoet een nieuwe uitdaging in informatie die alleen maar wil veranderen. Géén vorm betekent elke vorm, en elke vorm betekent geen inhoud...

Vormgeving heeft in de oude media overtuigend bewezen een bedriegelijk beeld vorm, en daarmee inhoud, te kunnen geven. Dat is de scheppende macht van de vorm(-geving). Dit resulteerde paradoxaal genoeg in sommige gevallen in de ontmaskering van het oorspronkelijke bedrog, waarbij achter het masker van het beeld, het gezicht en het gedrag van een bijzonder nuttig en aangenaam principe of product kon worden onthuld. Het zou de opdracht van vormgeving in het algemeen moeten zijn, om zich deze demaskerende maskerade tot doel te stellen en het spel van de relaties tussen bedrog en bedrijf, tussen claim en kwaliteit inzichtelijk te maken, de regels aan te scherpen en uit te leggen, waarbij het de keuze om mee te spelen of te saboteren aan de consument overlaat. Te vaak collaboreerde vormgeving in de oorspronkelijke leugen, om eens in de zoveel tijd ter boetedoening een denkbeeldig alternatief, van een even onduidelijke of ondeugdelijke waarheid, te vieren. Vormgeving kon in de oude media, met hun geringe en lineaire dynamiek, niet ontsnappen aan de stelselmatige stelligheid van de gepropageerde inhoud die het diende, zowel 'ter linker als ter rechter zijde'. Zo werd vorm-geving tot wat het was: een onder het mom van objectiviteit opererende handeling die zekere inhoud een onvermijdelijke vorm gaf—vormgeving was fixatie: de dodelijke beperking van mogelijkheden, tot stelligheden. De fixatie van de 20e eeuw.

De ingenuïteit van de menselijke waarneming en reflectie (de menselijke intelligentie) heeft zich altijd tegen zulke vormgeving verzet en eigen interpretaties gedroomd en besproken, en daarmee aan de inhoud opgelegd (de voorbode van eerdergenoemde informatielust), hetgeen verhinderde dat het moderne project van de vormgeving ooit tot werkelijke eindigheid en voltooiing kon worden gebracht—hoewel de wereld er de afgelopen eeuw een aantal malen dichtbij was. Voorbij de perverse en agressieve wederzijdse inhoud-vorm afhankelijkheid (die alleen lokaal nog wordt uitgevochten: een teken van wat we achterstallig modernisme zouden kunnen noemen) gewordt ons nu een nieuwe communicatievorm, die een al even nieuwe grote vertelling introduceert: die van de informatie. Naar de op stabiliteit gerichte betekenis van de begrippen inhoud en vorm, die we hiervoor werkzaam zagen, kent informatie geen van beide. Informatie vertelt èn demonstreert tegelijkertijd (het bewijs van grote integriteit) een andere vertelling dan die per decreet werd verkondigd. Informatie is meer een verteltechniek dan een vertelling: een open formaat, een raamwerk waarin vertellingen zonder vaste inhoud of vorm rondzingen... inderdaad als een lopend vuurtje.

De vormgeving van oude informatie bouwde verdienstelijke huiselijke en vreugdevuren, stookplaatsen, brandstapels, schoorstenen en lucifers, vuilverbrandingen en vuurwerk—en vele, vele wissen ritueel brandhout, maar nooit een lekker lopend vuurtje. Informatievormgeving van 'nieuwe informatie' moet de tastbare aanwezigheid van inhoud en vorm, vaste brandstof, ontberen. Zij overziet de dynamische veenbrand van de informatieuitwisseling, waarin de vorm net zo goed inhoud is als de inhoud, en beide verschijningsvormen van data zijn: bedriegelijke beelden met een hoge echtheidsillusie, maar met weinig materieel geheugen. De geheugens waar deze beelden in kleine fragmenten langs razen zijn over het hele netwerk verspreid. Wie ze raadpleegt krijgt een actuele plattegrond van de communicatie voorgeschoteld, waarvan de geldigheid tijdens de bestudering al weer vervliegt. Alle overzichten sneuvelen onder de dynamiek van het systeem en van de individuele transacties. Immers, wat valt er vorm te geven aan een partikulier telefoongesprek? Hoe absurd deze vraag op het eerste gezicht mag lijken, informatievormgeving moet hem zichzelf stellen, om in de buurt van een nieuwe missie te komen. Als consumenten producenten worden, als er in overleg en op advies van vrienden, familie, collega's en buren 'geleerd en gewerkt' wordt, als er een voortdurende uitwisseling van nieuws en informatie tussen mensen met gedeelde interessen en belangen plaatsvindt, dan vervloeien persoonlijke en openbare expressie en luidt de vraag ook: wie voert er dan nog een partikulier telefoongesprek? Nog afgezien van het exhibitionisme waartoe de mobiele telefonie uitnodigt, zal onze telecommunicatie een steeds openlijker karakter krijgen. Het welslagen van de informatietijd is van de openbaarheid van informatie afhankelijk. De nieuwe media rennaissance moet een volksrennaissance zijn, een marktrennaissance. Als alle informatiebronnen gelijkwaardig produceren en consumeren, dan gebeurt dat hardop, zichtbaar, openbaar. Informatievormgeving is onder zulke voorwaarden ver verwijderd van het geven van de noodzakelijke eenduidige vorm aan een pertinente inhoud.

Het in een betekenisvol verband groeperen en representeren van ogenschijnlijk ongelieerde stukjes informatie uit verspreide, maar elkaar sympathieke of relevante, bronnen is een communicatie- en vormgevingsopdracht bij uitstek. De context waarin informatie wordt gegenereerd zal de producent/consument zowel functioneel als emotioneel moeten bevallen, hem moeten passen. Een van de belangrijkste eisen aan informatieuitwisseling is daarom de usability: bruikbaarheid en gebruiksvriendelijkheid. Elk communicatief contact, elke transactie wordt in de informatietijd ingebed in en gevoed door snelle berekeningen op de achtergrond, in het netwerk. Elke nieuwe transactie voedt de berekeningen die op de achtergrond plaatsvinden. Zo wordt een eindeloze hoeveelheid geschiedenissen geschreven. Deze geschiedenissen worden op het juiste moment opgediept uit de geheugens van het syteem en identificeren elke nieuwe relevante handeling. Telefoonabonnementen die het tarief aan de hand van het actuele belgedrag evalueren en in real time het abonnement aanpassen zijn nog maar het primitieve begin van zulke berekeningen. De informatie die grote kruideniers over het koopgedrag van hun klanten verzamelen wordt nu nog slechts geëvalueerd om bevooradingen aan te sturen. De waarde van zulke informatie is echter onschatbaar. De klant levert hem onbewust of neemt genoegen met een enkele aanbieding in ruil. Hoe lang nog? Gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid zijn zulke prioriteiten omdat interactiviteit in en met een systematisch geheugen de meeste mensen schrik aan zou jagen. Tegenover een groeiend informatiebewustzijn en toenemende informatietrots bij de consument moet de markt openheid en toegankelijkheid stellen, om niet het vertrouwen, en daarmee aandeel, te verliezen. In de informatietijd zijn de consumenten de media. Zij produceren de informatie waarop de markt draait. Ook voor informatievormgeving is de producerende consument de echte opdrachtgever. Zodra de consument van het besef doordrongen raakt van de waarde van de informatie die hij produceert, moet deze in de informatiemarkt meegecalculeerd worden.

'Met mij...'
De mantra van de Vroege Informatietijd luidt: 'met mij...'. De koers op de informatiemarkt wordt berekend 'met mij'. Mijn gedrag, mijn interessen, mijn behoeften sturen alle transacties. Het lopende vuur van de informatieuitwisseling verplaatst zich 'met mij'. De producten die ik verwerf om mij met de wereld te verstaan identificeren zich 'met mij'. De diensten die me worden verleend groeien mee 'met mij'. Elk contact dat ik leg, of het nu via de telefoon is met mijn advocaat, via de tijdschriftenschappen met een uitgever of redactie, via mijn medicijnen met mijn arts en de pharmaceutische industrie, via mijn boeken met de schrijver en via mijn muziek met de muzikant—al deze contacten beginnen en eindigen 'met mij'. De Vroege Informatietijd is geen ik-tijdperk, maar een mij-tijdperk: mijn stem is een stem in het informatiekoor—àls ik dan een leven lang moet leren en werken, informatie moet produceren, dan krijgt men 'met mij' te maken. Informatie stroomt niet langer eenvoudig naar mij toe, maar peilt eerst de stroom die van mij uitstroomt, om zich daaraan aan te passen. Ik ontvang die ik ben. De enige vormgeving waarvan hier nog sprake is, is dat alle mij toekomende informatie zich aan mij spiegelt. 'Welcome back Jouke Kleerebezem, we have some recommendations for you. If you are not Jouke Kleerebezem, click here'. Ja, met mij! De winkel die mij zo aanspreekt is natuurlijk Amazon.com, de grootste online retailer. En waarom zou me dat meer verbazen dan dat mijn bakker mij persoonlijk aanspreekt?

De bakker bakt nog geen brood dat alleen mij smaakt. Het vuur in zijn ovens bakt nog voor iedereen. Maar Amazon kan mij ineens een boek met ongepubliceerde fragmenten van alle mij dierbare auteurs aanbieden. Samengesteld in een oplage van een. Zo uit de database. In welke taal had u het gewenst? Wilt u het geprint, electronisch, met of zonder leeslint, een paperback, in hypertext met wat secundaire literatuur verwijzingen, links naar websites? Wilt u met de nog levende auteurs van gedachte wisselen over de tekst? Wilt U weten wat auteur A over werk X van auteur B heeft geschreven, of gezegd? Wilt U uw eigen artikel 'inf0Arcadia' uit 1999 opgenomen hebben in bloemlezingen als deze? Zo ja heeft U voor ons nog de oorspronkelijke file waarin wellicht ook voorbereidende notities? Wij beheren deze notities voor u in Uw eigen voor derden niet toegankelijke database, uw account. U kunt ze er te allen tijde uithalen of wijzigen. Elke publicatie levert u een afgepaste vergoeding op, waarvan de hoogte afhankelijk is van de hoeveelheid woorden, de kapitaalkrachtigheid van de koper, Uw mogelijke belang in een zakelijke relatie met hem of haar, Uw eventuele eerdere verkopen aan hem of haar... en afhankelijk van de kracht van Amazon's database kan dit nog een tijd doorgaan. De Vroege Informatietijd betekent werk aan de winkel. Niet voor de bakker, in eerste instantie—althans niet voor zijn brood, wèl voor zijn informatie, die opgenomen wordt in dezelfde interactieve dynamiek als mijn account bij Amazon. Informatievormgeving stelt zich nu, net als de bakker en Amazon, in verbinding 'met mij' en mengt zich in de contacten die ik leg en in de transacties die ik uitvoer. Informatievormgeving is een 'mark-up' van de informatie die ik uitwissel. De vormgeving is meta-informatie: informatie over informatie, waarmee ik verbanden herken, patronen ontcijfer, annoteer en link. De visualiteit van de meta-informatie is van groot belang voor de 'leesbaarheid', zowel die van de patronen als van de eigenlijke informatie bits.

alle informatie van het volk
Zoals gezegd produceert de consument de informatie waarop een informatie-economie draait. De radicaliteit van dit principe is verre van gemeengoed in de Vroege Informatietijd. Het cruciale belang ervan wordt niet gemakkelijk toegegeven, laat staan dat de ontwikkeling van technologie en functionaliteit erop wordt afgestemd. Informatietrots zou een consument ook te zelfverzekerd kunnen maken. Het verdwijnen van de 'tussenpersoon' was een van de eerste conclusies van de informatie-mediatheorie. Inmiddels blijkt dat met de toename van de hoeveelheid informatie, de hoeveelheid tussenpersonen oneindig toeneemt. Elke productieve consument bemiddelt in de informatiemarkt. Elke aanbeveling die tot een transactie leidt moet meegecalculeerd worden. Wie de eenduidige verkoopbaarheid van het oude verhaal op de nieuwe informatievoorzieningen toepast, verliest uiteindelijk het pleit en loopt een achterstand op ten aanzien van de concurentie. De individuele informatieconsument zal zich in eerste instantie nog laten plukken, maar zich op zeker moment realiseren dat hij de hoofdrol heeft in het nieuwe verhaal. Dan zal hij wellicht op zoek gaan naar alternatieven, naar een betere beloning voor het profiel van zijn interessen en consumptie, naar andere aanbevelingen dan die van Amazon, of naar ander brood dan van de eigen bakker. De enige bondgenoot die hij dan vindt is zijn medeproducent, die andere 'nieuwe' consument, die ook bemiddelt in leren en werken, in kennis en nieuws, en de informatie produceert waar de informatie economie op draait. Op dat moment zal moeten blijken of de dragende structuur opgewassen is tegen de volksopstand die ontketend wordt. Met alle individuele verschillen die in Infoarcadië worden bevredigd, met alle maatwerk dat geleverd wordt, met alle verdeel-en-heers strategieën van de industrie, met alle persoonlijke aanbevelingen, blijft er één solidariteitsprincipe onverdeeld: dat van de macht van de productie. Science fiction auteur Neal Stephenson geeft in het inleidende citaat precies aan waar alle macht mee is gediend: het delen van informatie, het delen van bronnen, het delen van kennis en nieuws: 'hoe hoger iemands maatschappelijke positie was, des te meer geleek zijn Times op die van zijn gelijken'. Voorbij het maatwerk en de individuele differentiatie van producten en diensten en informatie wacht de wet van de macht, die voor alles eensgezindheid eist. Wie het beste deelt heeft de beste ovelevingskans. De beslissing om te delen ligt uiteindelijk bij de producent. Het verhaal is net begonnen.

the blind leading the blind
Zoals in de inleiding en titel werd gesteld: informatie is een vertelling. Een nieuw groot verhaal, een grote ideologie, de droom van communicatie, van een leven lang leren en communiceren. Deze vertelling, Infoarcadië, vormt de grondslag voor een nieuwe periode in de geschiedenis. Bezien vanuit het heden van de afgelopen 7 jaar, sinds 1993, sinds Tim Berners-Lee met zijn HTML en zijn Mosaic browser, vallen de investeringen van de jonge informatieindustrie, hoe kapitaalkrachtig ze ook mogen zijn, volledig in het niet vergeleken bij de investeringen waarop ze anticiperen: die van de productieve consument. Het verhaal van de informatietijd wordt niet als een nieuwe canon uit een gezaghebbende bron opgetekend, maar moet opklinken uit de kakafonie van een chaotische markt, gevoed door de informatielust van de mensheid. Ik zei al, het is een groot verhaal, onbescheiden, enthousiast, innovatief. En het is net begonnen, wat het speculatieve gehalte ten goede komt: er mag weer gedroomd en gefantaseerd worden. Dat maakt het onderscheid tussen bedrog en bedrijf, tussen claim en kwaliteit er natuurlijk niet helderder op. Maar in dat spanningsveld speelt elk goed verhaal, groot of klein, zich af.



"...was eigentlich Tischler machen: Sie nehmen eine Tischform (die 'Idee' eines Tisches) und zwingen sie einem amorphen Stück Holz auf. Das Malheur dabei ist, daß sie dadurch nicht nur das Holz informieren (in die Tischform zwingen), sondern auch die Tischidee deformieren (sie im Holz verzerren). Das Malheur ist also, daß es unmöglich ist, einen idealen Tisch zu machen." Vilém Flusser

"One of the insights of the Victorian Revival was that it was not necessarily a good thing for everyone to read a completely different newspaper in the morning; so the higher one rose in the society, the more similar one's Times became to one's peers'." Neal Stephenson


English summary toc

Early Information Age E - NL
    Old media abundancy (books, magazines, tv channels) is the explosive embodiment of 'new information' in old publishing format. Overload calls for new media.
    New media short history, short introduction. Market development since 1993.
    Content industry is shaping up for 21C. Fusion of telecommunication, publishing, entertainment and media industries, to compete for eyeballs.

information, media E - NL
    The information commodity and its insatiable market of 'information on information on information'.
    Information production is as important as its consumption. The user will demand both, or loose interest. The importance of symmetry.
    Need for two-way, real time interactive media.

old information, new media? E - NL
    'Old' information served old hierarchies, 'new' information springs from abundant sources, each with its own authority, or reputation.
    How to respect endless sources and traffic in the supportive communication structure: technically and politically, and commercially. The return of old sentiments and old ideals (egalitarian information access) find new affordances in the emergent information structure.
    The dynamics of the information infrastructure might lack the development of monumental knowledge. Theirs is a different reward for inquiry and communication: continual interaction and individual development. Lifelong learning, and working, as information production.

no-form-no-content information design, or the art of warming up on wildfire E - NL
    Viral contamination breeds treacherous imagery. With endless sources and endless authority, the old virus of universality reproduces successfully.
    Information design in a non-fixable environment. Information as a narrative. Design as a structuring rather than a fixing skill. 'How to design a personal phone call?' 'Who makes a personal phone call anyway, this day and age?' Private/public complexity in dense information exchange. Place your vote where your money is. The producing consumer is the only client.

"it's me..." E - NL
    Early Information Age's mantra: "it's me". It's my communication to inform the information market, it is my accounts. Radical customization: expect the expected. Information is my labor, of life, of love, to be rewarded.
    Information design is the mark-up of my transactions.

all the people's information E - NL
    Information pride with the new consumer. Linking consumers to each other to exchange recommendations builds endless agencies: the end of intermediation is only in its infinite reproduction.
    Power is in the sharing (see opening Diamond Age quote). The power of information production opposes the content industry's customization 'divide and rule'.

the blind leading the blind E - NL
    Information is the new grand narrative, the new ideology, at the end of history. Infoarcadia industries' capital investment shrinks into insignificance when compared to the investment it speculates upon: consumer production of information.
    Speculation Rules Any Narrative. The story's only just begun.



laatstewijziging: 13 januari 2000
updatemomentum: 22 januari 2000